Steun ons en help Nederland vooruit

donderdag 27 juni 2019

Opinie Marieke: Keuzevrijheid voor vervoer stopt bij schade aan anderen

Opiniestuk van raadslid Marieke van Doorn uit de Haagse weekkrant Den Haag Centraal van 27 juni 2019

Hagenaars houden van vrijheid en waken over het inperken daarvan. Toch maakt de gemeente soms keuzes die op verschillende niveaus ons dagelijks leven bepalen. Een belangrijk voorbeeld daarvan is de zogenoemde mobiliteitstransitie. Het is tijd om ons op een andere manier door Den Haag te gaan bewegen, omdat de stad volledig dichtslibt en de luchtkwaliteit sterk aangetast wordt. Oftewel: als we niet handelen, staan we straks allemaal ademloos in de file. Mobiliteitswethouder Robert van Asten heeft plannen gepresenteerd om inwoners van onze stad te verleiden de auto vaker te laten staan en wil het aantrekkelijker maken om voor de fiets of het openbaar vervoer te kiezen.

Vrijheden

In een commissievergadering van de gemeenteraad over de mobiliteitsplannen eerder deze maand, wierpen verschillende raadsleden de vraag op of de gemeente daarmee niet de keuzevrijheid van de individuele Hagenaar beperkt. Deze vraag lijkt misschien op het eerste gezicht te beantwoorden met een simpel ‘ja’. Toch ligt het antwoord complexer. Dit debat is namelijk terug te voeren op twee grote filosofische vraagstukken: de twee concepten van vrijheid van Isaiah Berlin en het schadebeginsel van John Stuart Mill. Berlin introduceerde 66 jaar geleden het onderscheid tussen positieve en negatieve vrijheid. Positieve vrijheid gaat over zelfbeschikking en zelfontplooiing van individuen en groepen. Het doelt op de vrijheid om naar eigen vermogen kansen en mogelijkheden te benutten. De economische impact van Den Haag als file-hoofdstad van Nederland op ondernemers valt hieronder deze stilstand verkleint hun positieve vrijheid. De stad groeit en het is lastig ondernemen als de hele stad vast staat omdat, er simpelweg te veel auto’s zijn. Negatieve vrijheid gaat over de ruimte waarbinnen een individu vrij is om te doen en laten wat hij of zij wil. Het gaat over de afwezigheid van barrières en beperkingen om vrij te handelen. Dat wil zeggen: geen gezeur van de gemeente over wanneer je wel of niet de auto pakt.

Schade

Mill zet uiteen dat individuele vrijheid alleen beperkt mag worden als dat nodig is om te voorkomen dat jouw handelen anderen schaadt. Alleen wanneer je directe en fysieke schade toebrengt aan anderen mag de overheid ingrijpen. Nu blijkt dat Hagenaars maanden tot jaren eerder sterven door het stikstof en fijnstof in de lucht, dat mede door de auto veroorzaakt wordt, praten we dus eigenlijk over Mill’s definitie van schade. Verder moet de overheid zich verre houden van moralisme en paternalisme. De gemeente mag dus geen mobiliteitstransitie opleggen omdat ze dat beter zouden vinden voor Hagenaars of omdat dat ’het goede’ is volgens het college. De noodzaak van een mobiliteitstransitie moet met harde feiten onderbouwd kunnen worden en daar is de wethouder knap in geslaagd.

Balans

Het onderscheid tussen de twee opvattingen over vrijheid, raakt de kern van het debat in de Haagse raad over de mobiliteitstransitie. Het idee dat vrijheid slechts de ruimte is om te doen wat we willen zonder enige overheidsbemoeienis, is volgens D66 een reeds lang gepasseerd station. De negatieve vrijheid die alle Hagenaars hebben om te kiezen met een auto korte ritjes door de stad te maken, heeft direct effect op de positieve vrijheden van de gemeenschap. Beroepsgroepen zonder veel alternatieven voor de auto, bijvoorbeeld de loodgieter met een klusbus, staan vaker in de file als we allemaal in de auto gaan zitten. Het is belangrijk om die effecten mee te wegen en het vraagt om een breed geaccepteerde balans. Bij de verandering die het stadsbestuur wil op het vlak van mobiliteit, is het zoeken naar die middenweg.

Ultieme keuzevrijheid

Volgens het schadebeginsel van Mill mag de gemeente alleen bij fysieke schade aan anderen besluiten om te tornen aan de vrijheden. Het is duidelijk dat het huidige autogebruik gevolgen heeft voor ons allemaal. Het RIVM en de Gezondheidsraad stellen dat Hagenaars eerder sterven door slechte luchtkwaliteit die 160 duizend Haagse autobezitters samen produceren. Het gaat natuurlijk te ver om autobezit te verbieden voor auto’s die rijden op fossiele brandstoffen, maar het maken van alternatieve keuzes kan wel actief worden aangemoedigd. Zoals het aantrekkelijker maken van het openbaar vervoer en de fiets. We kunnen inwoners verleiden om vaker de auto thuis te laten, zonder iemand iets te verplichten. Mensen zijn gewoontedieren, dus het is goed als we de stad zo inrichten dat we ons vaker realiseren dat sommige keuzes ook anders kunnen. De gemeente in de rol als gids op het vlak van mobiliteit stimuleert de bewustwording, wat een voorwaarde is voor ultieme keuzevrijheid!